1 Schil de aardappelen en snijd ze in kleine gelijke blokjes.
2 Breng de aardappelen aan de kook. Voeg zout toe en twee blaadjes laurier. Kook de aardappelen voor 20 minuten.
3 Giet de aardappelen af en zet ze op een klein vuurtje. Zorg ervoor dat ze droog koken en niet vastplakken aan de bodem.
4 Breng in een apart pannetje de melk op temperatuur (niet koken) met tijm en gekonfijte knoflook.
5 Pers de aardappels uit met een pers, giet de melk door een vergiet over de aardappelen heen en roer de klontjes boter erin. Roer goed door tot een smeuïge massa met een pollepel. Werk het mengsel af met nootmuskaat en peterselie.
Schil de aardappelen en snijd ze in kleine gelijke blokjes.
Breng de aardappelen aan de kook. Voeg zout toe en twee blaadjes laurier. Kook de aardappelen voor 20 minuten.
Giet de aardappelen af en zet ze op een klein vuurtje. Zorg ervoor dat ze droog koken en niet vastplakken aan de bodem.
Breng in een apart pannetje de melk op temperatuur (niet koken) met tijm en gekonfijte knoflook.
Pers de aardappels uit met een pers, giet de melk door een vergiet over de aardappelen heen en roer de klontjes boter erin. Roer goed door tot een smeuïge massa met een pollepel. Werk het mengsel af met nootmuskaat en peterselie.